Rusland1

Rusland1

dinsdag 12 juli 2011

Zie-Jem Rie-Ep

De busrit naar Siem Reap was voornamelijk een kwestie van zes uur immer-gerade-aus, maar dan op de Cambodjaanse manier: een eenbaans weg voor twee richtingen en grotendeels off-road. Ondanks de omstandigheden had de comfortmeter van Connexxion ongetwijfeld op 8 gestaan in deze situatie.

Eenmaal aangekomen in Siem Reap was de beloofde pick-up service van ons hostel nergens te bekennen, dus besloten we maar een TukTuk te nemen voor een Dollar per persoon. We hadden gereserveerd bij "Happy Guest House" en daar aangekomen bleek dat we een dag later pas hadden geboekt. Gelukkig waren er genoeg kamers vrij. We kregen een kamer toebedeeld op de vierde, onafgemaakte verdieping. Foto's komen nog.

De tour naar de Angkor Wat en Thom tempels ( grootste Boedhistische tempelcomplex ter wereld ) begon om half 5 's morgens met het doel om de zonsopgang te zien bij de tempels. Nog slaperig en lichtelijk onder invloed van alcoholische versnaperingen zwabberden we richting de TukTuk waar onze gids al plaats genomen had. Eenmaal aangekomen bij de tempel hadden we nog een uur en verlangden we naar ons bed, zeker toen het wat lichter werdt en het bewolkt bleek, geen slaap en geen mooie zonsopgang dus.

Het dagje Angkor Wat was uitputtend en Arjan en Rob pakten een aardig deel van hun slaap voordat er besloten werd de deur te verlaten en in de stad op zoek te gaan naar enig vertier en wat goede voeding. We hadden ook met twee Nederlanders (Merel en Robert) afgesproken in een bar met de toepasselijke naam Angkor What? Hier kwamen we Hjalmar-look-a-like Christoph ook weer tegen. We hebben een enorm geniale avond en nacht gehad. Biertorens (3,8 liter) voor $7,-.

De tempels waren dankzij onze goede gids erg interessant en we wisten onze aandacht er nog redelijk bij te houden ondanks de tropische temperatuur en bizarre luchtvochtigheid. Na het bezoek aan de tempels besloten we richting de luchtballon te gaan voor een rondvlucht, helaas ging de zon hier ook niet op dankzij de wind.

Onze laaste volle dag in Siem Reap besloten we nog wat van de bezienswaardigheden aan te doen, we hebben onder andere een landmijnmuseum bezocht die tevens een weeshuis is en we zijn naar een krokodillenboerderij geweest. Hier kon je zo'n duizend van deze beestjes van verschillende groottes bekijken, voeren en uiteindelijk in de souvenirwinkel een groot scala aan krokodillenleren producten kopen. Slim bedacht van die Aziaten, toeristen voeren de beestjes (vis, een levende eend of een levende kip). Onze dode vis bleek een saaie prooi voor de crocs.

Ook een aantal markten bezocht en de nodige rolexen en andere snuisterijen ingeslagen tegen een schappelijk tarief. Onderhand is afdingen een sport voor ons geworden, en we moeten zeggen dat we er steeds beter in worden. Hoogtepunt was een grote houten olifant die we voor onze partner in crime hebben gekocht. Hij moet het ding nu nog een aantal weken door Azie rondslepen.

Tussen de activiteiten door hebben we een aantal zogenaamde "vegetatie-dagen" gehad. Hier deden we niets bijzonders tot een uur of acht 's avonds om Pub Street te verkennen. Lekker lui zijn is soms ideaal.

Tijdens ons verblijf in Siem Reap hebben we alleen TukTuks gebruikt om ons te vervoeren. Een geweldige manier om, niet al te snel, de omgeving goed te bekijken. Aan het eind van ons tijd kregen we een rekening van het hotel. Vijf dagen eten, drinken en slapen voor zo'n $60,-. Gien geld.

Na 24 dagen hebben we afscheid genomen van onze Britse reisgenoot Robert. We hebben een toffe tijd met hem gehad, en zien hem in Indonesie wederom verschijnen. Die keuze verhulde hij net voordat wij het hotel verlieten.

Vandaag (12/7) hebben we een vliegtuig gepakt naar Vientiane in Laos, weer een mooi visum in het paspoort! Ingechecked in een hotelletje aldaar, en nu mooi met een biertje genieten van het leven.

Proost!

Phnom Penh

Nadat we het wel welletjes vonden in Saigon besloten we een zes uur durende bus te nemen naar Phnom Penh. De busrit verliep voor de verandering een keer aangenaam.
Op een ferry besloten we even de bus uit te lopen waardoor de lokale bevolking meteen deze kans aangreep om ons te omsingelen; bedelende kinderen en vervelende straatverkopers zorgden ervoor dat we binnen vijf minuten weer de bus in stormden.

Aangekomen in Phnom Penh werden we wederom omsingeld, dit maal door tuk tuk bestuurders. We besloten op 1 van de aanbiedingen in te gaan om ons naar het hostel te brengen op 88 street. Ons geboekte backpacker-resort bleek een goede keuze, 24 meter bar, zwembad, airco en redelijke bedden.

De eerste namiddag en avond heerlijk vertoeft in het hostel waarna we besloten om de tweede dag een stadstour te doen door Phnom Penh. Tijdens deze tour hebben we onder andere de S21 gevangenis bezocht uit de tijd dat de Rode Khmer een bloedrode deken over dit land legde. De foto's waren redelijk indrukwekkend maar het museum was vrij klein. Na het bezoek aan dit museum zijn we naar de Killing Fields gegaan waar onder het regime van Pol Pot onwijs veel mensen om zeep geholpent zijn, onder andere door ze ter plekke door het hoofd te schieten of tegen een grote boom dood te slaan.

De tour was bijna op zijn eind toen de TukTuk-bestuurder vroeg of we nog intreresse hadden in de plaatselijke schietbaan, waar het mogelijk was om onder andere een granaat te werpen, een breed scala aan geweren af te vuren en een koe op te blazen met een raketwerper; we hebben dit Dollar verslindende ritueel overgeslagen.

Na alle culturele zaken in Phnom Penh hebben we besloten om een lokaal-culinair hoogstandje te proberen, "Happy Herbs Pizza Restaurant" leek hier uiterst geschikt voor. Wat voor vrolijke kruiden er onder de kaas zitten kan het thuisfront waarschijnlijk wel raden. Zo heel erg happy waren de pizza's uiteindelijk niet, maar wel erg lekker.

Een paar relaxte dagen en kleine rondtochtjes later besloten we de bus te nemen naar Siem Reap...

HCMC/Saigon

Saigon! De stad van ome Ho, zoals ze hem hier noemen, is een bruisende hoofdstad. In de volledige traditie van Viet Nam bewegen de brommertjes en scooters zich met grote zwermen door de stad. Overal op straat verkopen ze zonnebrillen, aanstekers, ansichtkaarten en nog meer andere onbruikbare en veel te hoog geprijsde rotzooi.

We hadden een leuk hotel geboekt in het centrum van de stad. Vlak bij alles wat je nodig hebt, maar ook van alles wat je niet nodig hebt. Overal vragen mensen je of je een massage wilt, eventueel met happy ending, en of je op zoek bent naar vertier in de vorm van een "ladyboy". God wete wat dat voor personen zijn.

Het hotel bevond zich in een doolhof van steegjes, en het was een wonder als je op tijd bij het ontbijt was. Wij sliepen in gebouw 2 en het ontbijt bevond zich in gebouw 1. Als je het goed doet ben je een minuut onderweg. Voor ons duurde het elke keer een kwartier, we hebben het gratis ontbijt welgeteld een keer aangedaan.

Na een ochtendje scheel te hebben gekeken zijn we verlaat wezen ontbijten in een cafe om de hoek. We hadden het ontbijt in het hotel al gemist. Na het overweldigende ontbijt met twee onbekende mensen een taxi geepakt, en onze middag besteed in het Vietnam Oorlogsmuseum. Het museum toont de gruweldaden van de Amerikanen tijdens het hoog opgelopen conflict tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Er hangen duizenden foto's, en vrijwel elke foto heeft een schokkend verhaal. Op de bovenste verdieping was een tentoonstelling over oorlogsfotografie.

Via het hotel hebben we voor het te verwaarlozen bedrag van vier dollar een dagtour naar Cu Chi geboekt. Inclusief gids en transport. Cu Chi is een oude basis van de Viet Cong. De guerillas uit de Viet Nam oorlog. Onze gids, die zich voor de makkelijkheid John Wayne liet noemen ( hij klinkt hetzelfde, alleen zit er een klein Vietnamees accentje doorheen), liet ons verschillende boobytraps zien, en de tunnels waar de Viet Cong zich in verschanstte als de Amerikanen in de buurt kwamen. Ook toverde hij uit een - voor ons normaal uitziend - grasveldje een ingang tevoorschijn van 30 bij 50 centimeter. John W. vroeg Hjalmar om zich hierin te manouvreren wat tegen alle verwachtingen in ook bleek te passen.

Een aantal te krappe tunnels later kwamen we aan bij de militaire schietbaan, hier kan je in rap tempo je voorraad dollars omzetten in munitie voor een groot scala aan wapens. Arjan en Rob besloten een aantal dollar om te zetten in kogels voor een M60, AK47 en een M1. 10 minuten later en ongeveer 40 dollar armer concludeerden we dat een dagje op de schietbaan toch een leuke bezigheid is. Vervolgens nog een Viet Cong tunnel bezocht die tevens uitermate krap was waarna we weer 2 uur in een busje richting Saigon zaten.

In de bus naar Saigon

De busrit, daar waren we. Twaalf uur met een te krappe slaapbus naar Nha Trang om daar over te stappen op een even krappe slaapbus naar Saigon. Ook dit zou 12 uur duren. Vierentwintig uur op de planning. Na de 59 uur die we eerder al hadden doorgemaakt zou dit in feite dus een eitje moeten zijn. Maar dat was het niet.

Als je een tijdje in zo'n bus moet doorbrengen kom je tot de ontdekking waarom de tickets zo achterlijk goedkoop zijn. Je ligt op een stinkend kunstleren bed van 185 bij 60. Op dit bed ben je wel gezegend met een matras. Althans matras, eerder een tuinstoelkussen maar wat slapper. Ligt voor geen meter, en het glijdt snel van het kunstleer af. Verder heb je nog een kussen dat zo uit het gemiddelde poppenhuis kan zijn getrokken en een dekentje met de gemengde geur van alle menseigen afscheidingen.

Wij zijn altijd te laat. We zijn er altijd als een van de eerste, maar zijn altijd te laat. Deze keer resulteerde dat voor ons in de slechtst mogelijke plaatsen in de bus: de achterbank. Hier heb je in plaats van drie stoelen/bedden vijf van deze units, waar ongelukkigerwijs twee mensen geforceerd worden in het semi-gangpad plaats te nemen. In combinatie met het in de vorige alinea genoemde bed met toebehoren is dit een enorm vervelende plaats om slaap te vatten. Bij elke verkeersheuvel of kuil wordt je gelanceerd uit je unit (geen gordels aanwezig) en als de bestuurder weer eens vol op zin rem staat schiet je door het gangpad. (Hjalmar heeft hierdoor naast zes verschillende mensen gelegen die nacht, Arjan zes keer de wc gezien.. ziek zijn is een topper!)

Verder zijn Vietnamezen niet de beste mede-buspassagiers in de wereld. Ze hebben altijd kleine babies bij zich, die de hele nacht gillen en stinken, ze eten de hele nacht warme onwelriekende maiskolven en ze kunnen tevens niet overweg met het gegeven dat wij in het westen als persoonlijke ruimte beschrijven. Ze klimmen bijvoorbeeld zonder iets te vragen frontaal over je heen, en leggen zonder pardon een elleboog in je gezicht. In deze bus werd het zelfs nog schaamtevoller: een vader liet zijn jonge kind onder een van de achterste bedden plassen tijdens een rook/wc stop. Fijn zo'n nachtparfum van babyurine.

De tweede bus die we namen was wat fijner. Wel weer achterin, maar wel een rookraampje. Helaas ontdekten we die pas toen het buiten hoosde. Ook was het tamelijk jammer dat de bus zo'n 3 uur achterliep op schema, omdat de stops in onder andere Mui Ne iets meer tijd in beslag namen dan ingecalculeerd was.

In de stromende regen kwamen we laat aan in Ho Chi Ming stad. Beter bekend als Saigon. Onderweg nog de weddenschap gemaakt wie kon raden hoe laat we aankwamen. Iedereen heeft met dik drie uur verloren.

Oh Hoi An!

In Hoi An bevonden we ons in een rustig en schoon hotel even buiten het stadscentrum. Omdat Hoi An niet zo groot is, is alles te zien binnen een straal van 15 minuten.

Arjan was nog ziek, en heeft de eerste dag in de hotelkamer doorgebracht. Samen met Rob is Hjalmar de stad gaan verkennen, waarbij de bars en pubs niet overgeslagen werden. Hier en daar werden grote tapbiertjes verkocht voor het astronomische bedrag van 30 eurocent. Ook nog even een shirt van Kuifje op de kop weten te tikken, dat is een leuke herinnering aan Vietnam.

We hebben het grootste deel van de tijd doorgebracht met chillen, relaxen en hier en daar een foto maken. Er is eigenlijk ook niet veel anders te doen in dit lieve, kleine en pittoreske kustplaatsje.

Uieindelijk na drie dagen het hotel verlaten, en de bus genomen naar Saigon. Alles er tussenin moesten we helaas overslaan, we hadden nog wel een tijdje in Centraal-Vietnam kunnen blijven!