De nachttrein naar Nanning was niet bepaald een ervaring om over naar huis te schrijven, ondanks dat we dat letterlijk wel doen nu. We hadden een zogenaamde hard sleeper. Een wagon met 50 bedden, en geen deuren. Ook hadden we weer eens het ongeluk dat er bij ons huilende babies aanwezig waren. Tot zover de nachtrust.
Aangekomen in Nanning waren de tickets naar Hanoi Gia Lam met weinig problemen geregeld. Soft sleepers, dachten we. Ingechecked in een hotelletje in Nanning, want in de stad was weinig te beleven. De nacht ingehaald en de nodige research gedaan voor het volgende land van bestemming. Viet Nam (zo spellen ze het daar).
Nadat we het hotel verlieten en de nodige voorraad hadden ingeslagen van peuken, drank en Oreo's in het treinstation staan wachten. We hadden de hoop alweer opgegeven dat er uberhaupt nog westerlingen in deze trein zouden zitten. Weer voorbereid op een lange nacht.
Toen we ons, evenals 1000 Chinezen, een weg wurmden door de smalle poortjes en gangetjes van het station werden we verrast door een jolige " Hay Guys". De Duitser was er weer. Steffan, wereldreizende Oosterbuur die we hadden ontmoet in Guangzhou stond ineens naast ons. En vertelde dat zijn visum de dag ervoor was afgewezen, en hij weer terug China in moest om tegen een absurd hoge prijs een spoedvisum te regelen. Nu was alles goed, en namen we met z'n drieen de trein. Hij had soft sleeper, wij helaas, naar toen bleek, hard sleeper.
Rond een uur of tien de Chinese grens bereikt bij het plaatsje Pinxijao. Chinese grenspolitie was hier enorm relaxed, en de douaneofficier was van onze leeftijd en erg in voor wat "small talk". De tassen zijn niet eens gechecked omdat de apparatuur kapot was. Dat is dus Chinese degelijkheid.
Dong Dang was het eerste stukje Vietnam, en al snel werd duidelijk dat het best een leuk land is. Niets wordt gechecked en stempels linea recta zonder enkele vraag in het paspoort gedumpt. Daarna heb je een omroepsessie waar op hilarische wijze je naam wordt genoemt en je je paspoort mag afhalen. Afgesloten met het Vietnamese volkslied en hup, de trein weer in.
Slapen was weer eens onmogelijk, omdat we onze backpacks nergens kwijt konden. Dit had als reden dat er een oud vrouwtje het nodig achtte haar halve inboedel de wagon in te slepen. Gelukkig hadden we wat Chinese meisjes ontmoet, en hebben de nacht besteed aan het vakkundig leegmaken van hun iPad. Ze kunnen in ieder geval weer verder met Angry Birds.
Rond de klok van half zes stonden wij eindelijk stil in het zeer kleine stationnetje van Hanoi Gia Lam, voor de geintresseerden: half zo groot als station Hoogkarspel. Afscheid genomen van de meisjes, en samen met unsere Steffan een teringeind gelopen richting de hostels. In de blafhitte, erg vroeg in de morgen. Op de brug over de Rode Rivier sneuvelde Arjan zijn zonnebril. Heeft het exact een maand uitgehouden. Drie euro wel besteedt.
Pinnen in Viet Nam is leuk. je haalt er omgerekend 40 euro uit en bent meteen miljonair in Dong. Het enige nadeel is dat je af en toen een rekening krijgt van honderdduizenden Dong.
Steff sliep in een ander hostel dan wij. Wij sliepen in Rendezvous, en hier hadden we allebei een tweepersoons bed in een kamer van zes. Ruimte voor twaalf, maar toch maar vier kamergenoten. De airco werkte en heeft elke dag constant op 17 graden staan blazen.
Met de Duitser een rondje door de stad gedaan, en gerelaxed. Het nachtleven was hier ook tof, hebben er erg van genoten. Besloten een tour te gaan doen door Ha Long Bay. Steffan zou ons joinen.
Hanoi, mooie stad. Alleen erg heet. Wel leuk om te zien zijn alle brommertjes in de stad, het is een grote constante zwerm van tuffende fietsjes.
Op naar Ha Long Bay, 8 uur worden we opgehaald. Is verdomme veel te vroeg.
groet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten