Rusland1

Rusland1

maandag 27 juni 2011

Hue to Hoi An

Hue

Rond de klok van negen waren wij en de Duitser in Hue. De oude hoofdstad van Viet Nam. Hier werden we verwelkomd door de lokale motorclub. Ze boden ons een drie daags tour aan met de motorfiets door centraal Viet Nam. We waren een en al oor. Toen we aan het bespreken waren hoe we in vredesnaam bij het geboekte hotel moesten komen, kwam er van achter een net aangekomen bus een oude bekende tevoorschijn. Rob van de Ha Long Bay tour. Hij vond het een strak plan en besloot met ons mee te gaan! De motormuizen hebben ons vervolgens naar ons hotel gebracht, en we spraken om 9 uur de volgende dag af om te starten met het avontuur.

Van Hue hebben we naast een restaurantje waar we weer een oude bekende tegenkwamen (Christof, Oostenrijk) vrij weinig gezien die dag, Slapen, poolen en chillen was wel erg fijn.

Dag 1: Rond 9 uur werden we opgehaald door de motorclub. Stefan had Top als rijder, Rob had Nin, Hjall had Row en Arie had Hieu. Ze hadden ook nog eens mooie motors! Backpacks achterop en gaan. Eerst een aantal tempels en heuvels binnen Hue bekeken, en uiteindelijk over landpaadjes en Highway 1 bij de Viet Cong tunnels aangekomen. Dit was een hele ervaring. Krap!

Arjan heeft een aardig stuk met de motor gereden, daar was hij wel aan toe.

Uiteindelijk ingechecked in het hotel, gezwommen, gegeten en gedouched. En na een lange dag afgepeigerd naar bed.

Dag 2: Arjan voelde zich 's ochtends al niet echt goed, maar besloot toch op de motor te zitten, achterop wel te verstaan. Na een aantal "landmarks", 140 kilometer over bochtige bergwegen en heel veel wind kwamen we aan in het kleine A Luoi. Dicht bij de grens van Laos. Hier verslechterde Arjan's toestand en heeft de rest van de dag in bed gelegen. Met Hjalmar in de rol van zuster probeerden we hem weer op de been te krijgen.

Dag 3: Besloten dat Arjan niet fit genoeg is om al verder te gaan. Nog een dag rust nodig. Rob en Stefan zijn wel richting Hoi An vertrokken, omdat Stefan haastig door Viet Nam moest reizen. Rob wacht daar op ons. Zoals het er nu uitziet krijgen we Arjan weer op de been voor morgen. Hopelijk kunnen we de tocht voltooien met de laatste etappe van 230 kilometer.

De dokter is ook even langsgeweest, Arjan zat aan veertig graden koorts en was uitgedroogd. Waarna Top en Hjalmar de beste man naar zijn praktijk volgden. Hier wat medicijnen ingeslagen: rehydratatiemiddel, antiobiotica(?), pijnstillers, racekakremmers en koortsremmers.

Dag 4: na een ochtend rust alsnog de motor gepakt en naar Prao gereden. Mooi door de bergen en bijbehorende wegen. Ook een schokkend dorpje met mensen van een etnische minderheid bezocht. Armoe ten top. Even wennen aan de nieuwe rijder, en gaan. Leuke hond in het hotel, en ontzettend goedkope peuken.

Dag 5: laatste stuk naar Hoi An afgemaakt, bijna gelanceerd van de fiets, verder mooie route en een goed hotel aan het einde.

De foto's zeggen natuurlijk een stuk meer, maar het gros daarvan houden we nog even achter.

Nu Hoi An, en straks verder naar HCMC

Ha Long Bay

Ha Long Bay

Om 7:00 opgestaan, een weekendtas ingepakt, backpacks in kluis gezet en ontbeten. Normaal staan we nooit zo vroeg op, maar het had dit keer een reden. Rond een uur of 8 kwam er een bus de Hang Dieu ingereden om ons op te pikken voor een driedaagse tour naar Ha Long Bay. De mooiste (en meest toeristische) baai van Viet Nam.

Tot onze schrik stond er een minibusje voor het hostel. Daar hadden we niet op gerekend cq. gehoopt (zie onze andere ervaringen met minibusjes). We namen, zoals gebruikelijk, plaats op de meest oncomfortabele stoelen in heel het busje. Later bleek dat geen enkele stoel goed zat. Met het busje hebben we vervolgens zo'n half uur door de straten van Ha Noi gereden. Verkeersborden en -regels zijn hier alleen voor de sier. Zo lang je asociaal rijdt en je toeter maar vaak genoeg gebruikt heb je die toch niet nodig?

In het busje hadden we gezelschap van een stuk of tien mensen. Stefan, die we al kenden, en Mike(UK) waren het meest aanspreekbaar op deze razend vroege ochtend. De laatsten die we ophaalden kwamen de bus ingerend met een ferm "goedemorgen!". Het zal eens niet zo zijn.

De afstand tussen Ha Noi en Ha Long Bay is zo'n vier uur rijden, tijdens een van de tussenstops begonnen we uit goed chauvinistisch opzicht maar tegen de Nederlanders te praten, aangezien de Oosterbuur-grapjes na een paar dagen toen vreselijk saai beginnen te worden. Ze stelden zich voor als Sebastiaan en Jochem. Wij als Lem en Arie. Al snel kwam het gesprek op woonplaats, en na de fameuze (ook vaak door ons zelf gebruikte) zin: "Het ligt boven Amsterdam, maar je kent het vast niet." Concludeerden wij dat we te doen hadden met een persoon uit Winkel en het nog verrassendere Hoogkarspel. Zit je met 14 man in een busje, kom je alsnog Westfriezen tegen. Na een dodemansrit van vier uur kwamen we eindelijk aan in Ha Long City, alwaar we op een boot geladen werden en richting een van de 2000 eilanden werden gebonjourd.

Op de boot kregen we een driepersoons kamer toegewezen voor ons en de Duitser. Helaas moesten ondergetekenden een bed delen met elkander. Er was een ruilmogelijkheid, maar daar zijn we niet op ingegaan: Hjalmar was te lui om z'n spullen te verplaatsen.

Op de boot hebben we de rest van de lieden leren kennen, en met een selecte groep van een Duitser, twee Britten (Mike en Rob) en vier Westfriezen zijn we er maar een feestje van gaan maken. Een dag in HLB bevat eigenlijk vrij weinig aparte dingen. Je gaat zwemmen, kayakken, meer zwemmen, nog meer kayakken, grotten bezoeken, kayakken, zwemmen en uiteindelijk aan de zuip op het bovendek, waar je van een meter of 8 heerlijk naar beneden kunt springen in het zoute water van de Zuid-Chinese Zee. De eerste dag hebben we het schema nog aardig gevolgd, maar op de tweede dag begon bovengenoemde groep te muiten.

Veel mensen blijven maar een nacht op de boot, maar heel toevallig waren wij de enigen die op onze "junk" de tweedaags tour deden. Hierdoor hadden het grootste deel van dag twee voor onszelf. We werden naar een kleine baai gebracht om daar te kayakken en te zwemmen. Na de lunch (eten is hier op bizarre tijden: wakker zijn om 8:30 om te ontbijten en rond 11:00 moesten we al aan de lunch) wilde de bemanning naar een vissersdorpje varen, maar aangezien we lekker aan het lullen, zwemmen en kloten waren besloten we unaniem dat de boot voor anker moest blijven. Dit werd door de bemanning uiteindelijk toegejuichd, ze konden weer gaan slapen.

Deze dag zijn we met z'n allen flink aan de verbranding geweest, iedereen kwam rood als een kreeft uit het water.

Het eten aan boord was helemaal niet slecht, het word wel snel eentonig als je drie keer per dag nagenoeg hetzelfde eet.

Terug op de grote boot zijn we met een flinke groep tegelijk het water ingesprongen, dat was erg leuk om te doen. Hjalmar haalde natuurlijk zijn voeten weer open.

Afgesloten met een lunch en weer een vervelende busrit terug. Afscheid genomen en naar het hostel gelopen. Daar wachtte een meisje op Arjan. Danine, die we in Moskou al hadden ontmoet. Samen zijn ze uit eten geweest naar een slangenrestaurant. De slang werd voor hun ogen om zeep geholpen, waarna ze het bloed en het slangengif in shotjes met wodka kregen. Uiteindelijk kwamen er meer dan 7 gerechten van de slang op tafel, waaronder een kloppend hart! Een hele aparte ervaring.

Hjall is met Jochem, Sebas en een random Amerikaan pizza gaan eten in een Mexicaans restaurant. Hier moeten we ook weer verzamelen om naar Hue te reizen. Ook nog even Martine gezien die we in Shanghai hadden ontmoet.

De laatste dag in Ha Noi nog wat rondgehangen in een kroegje, en de minibus naar de bus naar Hue gepakt. In de grote bus reed de bestuurder als een gek, en echt comfortabel liggen die bedden ook niet. Hebben niet veel slaap gehad.

Groet

Nanning-Hanoi

De nachttrein naar Nanning was niet bepaald een ervaring om over naar huis te schrijven, ondanks dat we dat letterlijk wel doen nu. We hadden een zogenaamde hard sleeper. Een wagon met 50 bedden, en geen deuren. Ook hadden we weer eens het ongeluk dat er bij ons huilende babies aanwezig waren. Tot zover de nachtrust.

Aangekomen in Nanning waren de tickets naar Hanoi Gia Lam met weinig problemen geregeld. Soft sleepers, dachten we. Ingechecked in een hotelletje in Nanning, want in de stad was weinig te beleven. De nacht ingehaald en de nodige research gedaan voor het volgende land van bestemming. Viet Nam (zo spellen ze het daar).

Nadat we het hotel verlieten en de nodige voorraad hadden ingeslagen van peuken, drank en Oreo's in het treinstation staan wachten. We hadden de hoop alweer opgegeven dat er uberhaupt nog westerlingen in deze trein zouden zitten. Weer voorbereid op een lange nacht.

Toen we ons, evenals 1000 Chinezen, een weg wurmden door de smalle poortjes en gangetjes van het station werden we verrast door een jolige " Hay Guys". De Duitser was er weer. Steffan, wereldreizende Oosterbuur die we hadden ontmoet in Guangzhou stond ineens naast ons. En vertelde dat zijn visum de dag ervoor was afgewezen, en hij weer terug China in moest om tegen een absurd hoge prijs een spoedvisum te regelen. Nu was alles goed, en namen we met z'n drieen de trein. Hij had soft sleeper, wij helaas, naar toen bleek, hard sleeper.

Rond een uur of tien de Chinese grens bereikt bij het plaatsje Pinxijao. Chinese grenspolitie was hier enorm relaxed, en de douaneofficier was van onze leeftijd en erg in voor wat "small talk". De tassen zijn niet eens gechecked omdat de apparatuur kapot was. Dat is dus Chinese degelijkheid.

Dong Dang was het eerste stukje Vietnam, en al snel werd duidelijk dat het best een leuk land is. Niets wordt gechecked en stempels linea recta zonder enkele vraag in het paspoort gedumpt. Daarna heb je een omroepsessie waar op hilarische wijze je naam wordt genoemt en je je paspoort mag afhalen. Afgesloten met het Vietnamese volkslied en hup, de trein weer in.

Slapen was weer eens onmogelijk, omdat we onze backpacks nergens kwijt konden. Dit had als reden dat er een oud vrouwtje het nodig achtte haar halve inboedel de wagon in te slepen. Gelukkig hadden we wat Chinese meisjes ontmoet, en hebben de nacht besteed aan het vakkundig leegmaken van hun iPad. Ze kunnen in ieder geval weer verder met Angry Birds.

Rond de klok van half zes stonden wij eindelijk stil in het zeer kleine stationnetje van Hanoi Gia Lam, voor de geintresseerden: half zo groot als station Hoogkarspel. Afscheid genomen van de meisjes, en samen met unsere Steffan een teringeind gelopen richting de hostels. In de blafhitte, erg vroeg in de morgen. Op de brug over de Rode Rivier sneuvelde Arjan zijn zonnebril. Heeft het exact een maand uitgehouden. Drie euro wel besteedt.

Pinnen in Viet Nam is leuk. je haalt er omgerekend 40 euro uit en bent meteen miljonair in Dong. Het enige nadeel is dat je af en toen een rekening krijgt van honderdduizenden Dong.

Steff sliep in een ander hostel dan wij. Wij sliepen in Rendezvous, en hier hadden we allebei een tweepersoons bed in een kamer van zes. Ruimte voor twaalf, maar toch maar vier kamergenoten. De airco werkte en heeft elke dag constant op 17 graden staan blazen.

Met de Duitser een rondje door de stad gedaan, en gerelaxed. Het nachtleven was hier ook tof, hebben er erg van genoten. Besloten een tour te gaan doen door Ha Long Bay. Steffan zou ons joinen.

Hanoi, mooie stad. Alleen erg heet. Wel leuk om te zien zijn alle brommertjes in de stad, het is een grote constante zwerm van tuffende fietsjes.

Op naar Ha Long Bay, 8 uur worden we opgehaald. Is verdomme veel te vroeg.

groet.

Guangzhou - Kwangsjau

Aangekomen in Guangzhou namen we de metro richting het hostel. Dankzij de taalbarriere hadden we al direct onze halte gemist waardoor we nog later aankwamen.
Uit de metro halte gestapt kwamen we een groep mensen tegen die in het Engels tegen ons zeiden "Walk towards the end of the street and go to the right." We kwamen erachter dat er een Nederlander in het gezelschap was: Joep, een kerel uit Venray, James (Chinees), Ian (Nieuw-Zeeland), Sara (Frankrijk) waren er ook bij.

Het hostel had een "vervelende" mededeling voor ons. Door administratieve problemen hunnerzijds waren er geen dormkamers meer vrij. De oplossing was snel gemaakt: we kregen een tweepersoonskamer, zonder extra bijbetaling. We zouden er twee nachten blijven...

Een jongedame uit Engeland had ons uitgenodigd om gezellig bij te kletsen in een pub in de stad. Hjalmar kent haar vanuit Slowakije. Ze is ook een Monkey.

Met de taxi was het 45 minuten rijden, wat ons 5 euro kostte. Per taxi, we hadden er immers drie. De aankomsttijden waren uiteenlopend, de taxi van Hjall was er als eerste, en hij had zijn eerste bier al op toen de andere taxi's (met onder andere Arie en Joep) arriveerden. Met een groep van negen man heerlijk in de kroeg gestaan, en met een nog grotere groep wezen clubben. Net als alle andere nachten bleek later.

In Guangzhou zelf is niet veel te beleven, en als je het lef al hebt om de stad in te gaan word je tegengehouden door een gordijn van blafhitte en luchtvochtigheid. Eens per dag breekt de hel los. Zware donderbuien en straten die overlopen. Wij hadden daardoor twee uur per dag een zwembad naast het hostel.

Wij hebben dus ook het grootste deel van de tijd bij het hostel doorgebracht. Beetje poolen, praten, eten, roken en zuipen. Het goede leven. Ook heeft Hjal met een Brit een projectje opgezet om in Nottingham een toneelstuk te schrijven en uit te voeren. Als er mensen zich geroepen voelen er in te acteren is dat altijd goed!

Zaterdagavond partyavond. Doe het zoals wij doen: twintig man sterk, vier persoonlijke obers, massage terwijl je staat te plassen, JW on the rocks. Genieten. Iedereen dansen, iedereen gek en de Chinezen vinden het prachtig.

Op de laatste dag van ons bezoek aan GZ-city zijn we met zes (Sara, James, Ian, Joep en het illustere ondergetekende duo) naar het grootste waterpark van China gegaan. Veel glijbanen en water. Altijd leuk. Onze vriend James vond het noodzakelijk bij elke glijbaan van wat voor kaliber ook, zich de longen uit het lijf te gillen. Enthousiasme niet te kort. Stuk voor stuk topglijbanen, grenzen verlegd en vol frisse moed weer verder.

Met behulp van James ook nog tickets naar Nanning weten te regelen, daar gaan we tickets naar Vietnam halen, nu op naar de nachttrein richting Nanning.

Uiteindelijk zijn het 5 nachten geworden, het was een toptijd!

Groet

Xi'an See-Yan

's morgens vroeg in het pittoreske Xi'an aangekomen. Pittoresk voor Chinese standaard dat is. 8 miljoen mensen in de stad, maar toch klein.

Helemaal kapot uit de trein gestapt, en terwijl we ons een weg door de menigte en de blafhitte te werken ontdekten we een bordje waarop geschreven stond: MR. HJALMAR VERDONSCHOT. De eerste keer dat we ooit op zo'n manier zijn opgehaald. Het doet wel iets met je.

Aangekomen bij het hostel was de penetrante urinelucht heet eerste dat ons deed verbazen. In het hostel zelf was het de laid-back sfeer, de poolkamer in een broeikas en een uberrelaxed dakterras. Geen wonder dat we, aangezien de eerder vermelde blafhitte, de meeste tijd op het terras hebben vertoefd. Aldaar was een pingpongtafel aanwezig.

Tijdens een van onze escapades naar de poolkas kwamen we twee Nederlanders tegen: Bouke en Sjef. Hiermee zijn we de eerste nacht op zoek geweest naar een leuke club om even goed aan de dans te gaan. Vijf taxi's en vijf teleurstellingen later vonden wij onszelf in een karaokebar. Hier waren wij als Westerlingen het centrum van de aandacht, ondanks dat we niet naar binnen zijn gegaan. Hjalmar is met een bunder Chinezen wezen poseren, en vond het toen wel welletjes. We besloten nog een poging te wagen, maar dat werd uiteindelijk ook geen succes.

Van buiten zag het er uit als een leuke club. Net daarvoor had Hjalmar zijn blaas geleegd op de zesde etage van een niet nader te noemen hotel, en we enterden vol goede moed dit etablissement. We werden door een geisha naar binnen gelokt, en ze liet ons een aantal kamers zien, met bijbehorende veel te hoge prijzen. Op dat moment beseften we dat we een hoerenhuis/karaokebar waren ingelopen. Wij vonden ons omgeven door vijftien beveiligingsmedewerkers alsnog een weg naar de uitgang door het doolhof dat door ging als bar.

Ineens bevonden wij ons in het gezelschap van Lia, die wij in Beijing hadden ontmoet. Sjef was al naar huis. Lia bracht ons naar de bar van haar hostel. Dat was een goede keuze. Hier zijn we de dagen er na ook uitgegaan. Leuke mensen, en Chinezen die voor al onze drank betaalden. Uiteenlopende landen van herkomst, waaronder ook die wat minder in de reiswereld voorkomen: Kazachstan en Trinidad en Tobago.

Toen we terugkwamen vonden we in onze kamer een kerel uit Birmingham, UK. Hier hebben we de grootste tijd mee doorgebracht. Beetje pingpongen, zuipen en veel chillen.

Tussen de katers en het drinken door zijn we ook nog naar het Terracotta Leger geweest. Was op zich leuk om terracotta strijders te zien, maar we hadden er toch een stuk meer verwacht. Gelukkig zat er een Subway.

Verder nog een quiz verkloot, en uiteindelijk afgedropen.

In de middag nog muizen gehaald voor onze laptops. Motortaxi om ons naar het station te brengen, en de trein gepakt naar Guangzhou, waar we met een vriendin zouden gaan chillen.

Groet

donderdag 2 juni 2011

Shanghai: 10, 2000, 430!

Vanuit Beijing hebben we onze reis vervolgd met de kogeltrein naar Shanghai. De naam was spannender dan de snelheid die gemiddeld op 120km/u zat. En eerste klas was niet wat we hoopten dat het zou zijn. Gedurende de treinrit van 10 uur hadden we geen rookruimte, tekort vloeibaar proviant maar wel noodles! En Arjan had sjans met een conductrice die een poging deed hem Chinees te leren.

In Shanghai hebben we ons hostel meteen vrijwel meteen kunnen vinden (binnen het uur en dankzij een local die geen woord Engels sprak). Het hostel was onwijs relaxed, gratis poolen, goede keuken, heerlijke bedden en onwijs schoon in het algemeen. Het eerste dat ons opviel was echter de bierprijs die twee keer zo hoog lag als het vorige hostel, 10 yuan = 1 euro voor 0,6 liter bier. Schandalig! Gelukkig heeft Hjalmar een voetbalpoule gewonnen!

De eerste paar dagen in Shanghai hebben we ons voornamelijk vermaakt rond het hostel afgezien van een kort tripje naar een electronicazaak waar we mooie roze laptops hebben gekocht voor 2000 Yuan. In het hostel was het goed toeven en kwamen we onder andere in contact met een paar andere Nederlanders; een Haags stel ( Meriam en Jan-Kees ) die ons lachwekkende verhalen hebben verteld over Mongolie, en Martine uit Leiden die tevens onze kamergenote was. Diverse avonden hebben we mooi aangezeten.

In onze kamer sliep de eerste nacht een Chinees. Deze kerel besloot rond half negen 's ochtends uit bed te gaan, en ruim een uur van onze nachtrust te stelen door de gehele tijd met plastic zakjes te kloten en zijn kluis met een interval van 5 minuten dicht te slaan. Na een hele dag broeden hebben we uiteindelijk een wraakactie uitgedacht. Hij kon er niet ongestraft vanaf komen.

Rond een uur of drie kwamen wij, vergezeld door Martine, de kamer binnen om hier even ongegeneerd met een aantal voorwerpen te gooien, lichten aan en uit te zetten, de deur met een vervelend piepje constant te openen en meer van dat soort grappen. De Chinees was er niet blij mee, aangezien hij rechtop in bed zat toen de afstandbediening van de airco uiteen spatte. Het was misschien niet netjes, maar het was een statement. De volgende dag leek het dat hij twee samuraizwaarden bij zich had. Het bleken uiteindelijk enorme fluitjes te zijn, Drie keer raden waar die waren geeindigd als hij ons weer wakker zou maken.

De laatste avond zouden we uit met een paar jongens uit Zweden en Martine naar een muziekbar genaamd The Door. Er komen was al een probleem. Geen metrostation in de buurt en te ver om te lopen. Dus moesten we maar een taxi nemen. 95% van de chauffeurs herkende het adres niet of vonden het een te kort ritje. De overige taxichauffeur was er niet blij mee dat we vijf man in zijn auto wilden prakken. Na ongeveer een uur hadden we eindelijk een taxi, voor ons en Martine. De Zweden zouden ons volgen per andere taxi. Eenmaal aangekomen bleek de tent waar we heen zouden gaan gesloten te zijn. Opgeheven ofzo. De Zweden hebben we ook niet meer gezien daar. Taxi teruggenomen (met alle moeilijkheid om terug te komen bij het juiste metrostation, niemand begreep ons). Toen maar weer de bar in het hostel opgezocht, en maar weer aan aan de Tsing Tao. De Zweden kwamen we later nog tegen, die waren noodgedwongen uitgeweken naar een andere bar, die wel open was.

In Shanghai zelf hebben we in een dag nog een kort kijkje genomen in het World Expo gebied (de wereldtentoonstelling was helaas de dag ervoor afgelopen en werd nu afgebroken), de Bund die ze beter het rookgordijn hadden kunnen noemen, aangezien de skyline van Shanghai amper te zien was door de smog. Als afsluiter nog een ritje gemaakt met de Maglev, de magneettrein die 430 km/h gaat. Dit was echt vet om een keer te doen. Zo zie je maar weer: Shanghai kan ook in een dag!

Onze reis gaat verder naar Xi'an waar we gelukkig worden opgehaald door hostelmedewerkers vanaf het station(scheelt weer een zoektocht).

(eindelijk weer even geblogd, met dank aan RK!)

Beijing. Van hoofdstad tot hutong.

Als je na 59 uur dan eiindelijk aankomt in de hoofdstad van de Peoples Republic of China, zijn dit de eerste dingen die je opvallen: ontelbaar veel Chinezen en ontelbaar veel onleesbare tekens. De routebschrijving naar het hostel was een simpele. Bus 818 vanaf het station en deze zou ons direct afzetten bij het hostel. Wat kan er fout gaan?

Veel. Na alle busstations te hebben gechecked hadden we debestreffende bus niet kunnen localiseren. Politiemannen wisten zich ook geen raad. Overigens is het wel humor. Vraag hier een agent iets in het Engels en hij plukt random mensen van straat en beveelt ze om onze vraag te vertalen (het communisme heeft dus toch voordelen). Niemand wist echter waar die verdomde bus nu was gebleven.

Bij de toeristeninformatiebalie wist een zekere Yan ons te vertellen dat de buslijn al zo'n twee jaar buiten dienst was. We werden geadviseerd een metro te nemen naar een station met de zeer makkelijk uitspreekbare naam XinJieKou (Gingercow), en vanaf daar mocht het geen probleem zijn. "Jullie vinden het zo!"...

...na drie uur zoeken en ontelbaar veel magnums hebben we het uiteindelijk toch gevonden. Ergens ver van de metro af, in een aparte zijstraat. Ze noemen dat hier een hutong. Wij noemen het: een aparte zijstraat.

Na even een kwartier te hebben geklaagd over de gebrekkige routebeschrijving waren we de nieuwe gasten van Red Lantern House Hostel. Bier voor 50 cent en noodles voor 40. Het zou een goedkoop avontuurtje worden.

In de vijf volgende dagen hebben we nog best veel gedaan: Chinese muur en een tombe van de Ming-dynastie bezocht (en een zijdefabriek en een jadefabriek die kwablijkelijk ook in het pakket zaten). We zijn naar de Verboden Stad en Tian' anmansquare geweest. Hebben met 100 locals gedanst bij een of ander metrostation. Hjalmar heeft het gewonnen prijzenpot van de voetbalpoule omgezet naar alcoholhoudende liquide middelen, we hebben rare eierpannekoeken met kroepoek gegeten en anderhalf uur gewacht op eten dat nooit is gekomen.

Vervolgens wilden we onze weg vervolgen naar Xi'an. Alleen waren alle treinen volgeboekt, dus besloten we een "omweggetje" te maken en eerst naar Shanghai te gaan.

Trans-Mongolie

Na ons bezoek aan het mooie Irkutsk zijn we op de trein gestapt richting Beijing/Peking. Het zou een hele rit worden gezien de 59 uur die ervoor stond. Voor Hjalmar duurde het al lang voor we goed en wel in de trein waren, aangezien hij besloot de nacht door te halen zodat we ons in ieder geval niet konden verslapen. De schaduwkant van de geste was wel een gitaarserenade naast Arjans oor rond de klok van 4 uur! 's Morgens toen we de trein instapten bleek dat we met twee Zwitserse meiden die we al eerder ontmoet hadden in Novosibirsk een coupe deelden.

Door de temperatuur in de trein leek het wel of we op Antarctica waren beland. We hoorden een paar Nederlandse vrouwen op leeftijd in een wanhoopspoging de conducteur uitleggen dat de verwarming aan moest ( zonder enige kennis van de Mongoolse taal hadden bovenggenoemde bejaarden dit toch na twee uur al voor elkaar ).

Rond een uur of 2 herhaalde dit proces zich in omgekeerde volgorde omdat we richting het woestijnachtige Mongolie reden met tropische temperaturen aldaar. Op de trein hebben we ons prima vermaakt dankzij de Zwitserse meiden en een stel Noren die in de coupe naast ons zaten. Tevens hadden we vier grensovergangen waarbij we onvertaalbare kruiswoordpuzzels moesten oplossen onder de noemer van entree/exit-formulieren.

Het enige minpuntje in de trein was de zandstorm, een of andere M/mongool had het raam open laten staan waardoor de gehele trein gehuld was in een zanderige mist.

Kuch

Irkutsk: the end of the beginning

Irkutsk was een aparte gewaarwording. Het hostel was een appartement van een dude genaamd Anton(in). We hadden hier een kamer voor twee annex het hele hostel voor ons zelf. Lekker rustig.

Op de eerste dag mochten we meteen al flink aan de bak om de tickets naar Beijing te gaan regelen. Bij Baikal Complex, aan de andere kant van de stad. Enfin wij in een minibusje, en dat ding nam krek een andere afslag dandat onze host had uitgelegd. Gevolg: lichte verwarring. Bij de naam Baikal Complex dachten we beiden aan een losstaand en mooi gebouw. De waarheid zat echter iets complexer in elkaar. Het was een simpel flatje op de vierde. Enfin, tickets regelen, en hop die minibus weer in. Hij stond er nog.

Stel: het regent en je hebt honger. Maar de beoogde Subway is aan de andere kant van de stad. Wat doe je? Je neemt een minibusje, raakt verward door vage straatnummering en in een vlaag van verstandsverbijstering ontdek je dat de Subway van Irkutsk is omgedoopt tot een Sub Club. Ook goed te nassen.

Bij een bezoek aan Irkutsk kan het Baikalmeer niet worden overgeslagen. Dat hebben wij dus ook niet gedaan, en zijn per minibusje naar het idyllische dorpje Listvjanka gereden. Hier een kort maar krachtig bezoek aan gebracht. Baikalmeer bekeken, dorp bekeken en daarna maar weer eens naar "huis". De door de host aangegeven Tram 2 was echter nergens te bekennen, dus hebben we zowel de heen- als de terugweg naar het busstation een pokkeneind gelopen.

Helaas konden we de volgende dag geen minibusje naar het station nemen om op de trein naar China gezet te worden. Voor die vijf minuten per voet was dat ook niet bepaald nodig.