Rusland1

Rusland1

zondag 14 augustus 2011

Vang Vieng, paradise

Na een vier uur durende busrit kwamen we aan op een oud vliegveld in Vang Vieng. Uit extreme luiheid hadden we voor een nacht ingecheckt in het dichstbijzijnde hotel, dat twee meter lopen was.

Op het eerste gezicht is er weinig te beleven in VV. Dat veranderd echter wanneer je een rondje doet door het dorp en massa's Westerlingen tegenkomt die, onder invloed, een binnenband van een tractor meezeulen.

Op dag 2 besloten we de luxe van ons hotel in te ruilen voor een boomhut die bekend staat als SpicyLaos. Een kleine impressie: acht stapelbedden in een houten constructie, 2 aparte zespersoonshutjes, gemeenschappelijke hut, douches en wc's en sauna in aparte hutjes en zelfs een movieroom met defecte dvd speler. Bij binnenkomst werden we verwelkomd met de opmerking "Fresh meat". Dat beloofde veel goeds.

Deze dag besloten we meteen met de rest van het hostel mee te gaan Tuben. Het principe is simpel; eerst een tube huren bij de verhuur, vervolgens met teveel mensen in een krappe tuk tuk naar het begin van het spektakel aan de rivier.

Bij aankomst bij de rivier werden we per boot naar de overkant gebracht. Hier bevond zich Q-bar waar we meteen met een supersoaker een flinke scheut Lao Whiskey kregen toegediend, een goed begin is het halve werk.

Na de eerste alcoholische versnaperingen besloten we af te drijven naar de andere barretjes, waar de gratis shots wederom ruim voorradig waren en zo niet waren er wel gratis joints. Op de rivier krijg je armbandjes (gratis shots), ontelbare bandana's en word je om de haverklap ondergespoten met verf in leuke kleurtjes en vormpjes. De meeste barren hebben ook nog speciale gimmicks. Schommels, Wakeboards, Glijbanen, Moddervolleybal, Touwtrekken. Dit is best gezellig. En hilarisch als iedereen dronken is.

Het afdrijven terug naar Vang Vieng duurde ongeveer twee uur (exclusief tussenstops). Echter hebben we het lang niet elke dag gehaald en voortijdig onze tubingtocht af moeten breken.

Na een aantal dagen de tube-groep van het hele hostel te leiden waren we bekend bij de bareigenaren. Dit leverde ons nog meer gratis versnaperingen op. Hjalmar vond tijdelijk emplooi bij de Laoth Lao-bar (leuk joints uitdelen, mensen onderspuiten met verf en bandana's op doen!) en Arjan had deze dagen voornamelijk vrouwelijk gezelschap.

Op een van de laatste dagen heeft Hjalmar een boeddhistische zegening gehad door de eigenaar van de bar. Dit maakte aardig veel indruk.

Om een kleine impressie te geven hebben we de belangrijkste begrippen even op een rijtje gezet:

Tube - Opgeblazen binnenband van een tractor. Deze huur je tegen een belachelijk hoge prijs, en je gaat er de rivier mee af
Q-bar - Bar in Vang Vieng-dorp. Ze hebben ook een bar aan de rivier. Start van het tuben, en de dorpsbar wordt 's avonds meestal ook aangedaan tijdens het stappen.
OhLaLa - Bar in Vang Vieng-dorp. Ze hebben ook een bar aan de rivier. Tweede bar van de rivier, en de dorpsbar wordt 's avonds ook aangedaan tijdens het stappen. Bekend van de goede shots, OhLaLa-lesbian, OliLaLa, OhLaSandra en DomLaLa
Laoth Lao-bar - Bar aan het einde van de rivier. Gratis shots. Gratis joints. Trapese-artiesten, wakeboarders.
Bucket - Emmertje vol drank. Veel geserveerd met Whiskey danwel Wodka. Ontiechelijk veel gratis exemplaren van deze versnapering gehad.
Tuktuk - Drie- of Vierwielig motorvoertuig dat meestal volgeladen zit met tubes en tubers. Gaan om de haverklap stuk.

Uiteindelijk zouden we het 15 dagen volhouden in Vang Vieng.

Vientiane - Tempels, TukTuk's en Tranquiliteit

Na een gemoedelijke vlucht met een propellervliegtuig, inclusief visumstop in Pakse, kwamen we aan in Vientiane, de hoofdstad van Laos.

Op het vliegveld hebben we twee Canadese meisjes ontmoet waarmee we op zoek zijn gegaan naar een slaapplaats voor de nacht. (We zijn tegenwoordig zelfs te lui om een hostel te boeken..) Na een taxirit door de aparte eenrichtingswegen van Vientiane stopten we bij Napavong Guesthouse. Hier voor twee nachten geboekt.

In Vientiane is weinig te doen. Zeer weinig zelfs. Alsnog een kleine opsomming van een aantal dingen:

De Riverside: de lange weg langs de Mekong rivier waar je rustig kan zitten niksen.
De Tempels van Vientiane: zoals het al klinkt. tempels in Vientiane.

We hebben de tempels met een TukTuk gedaan, en hebben verder een beetje zitten relaxen. In de avond zijn we naar de enige levende kroeg van Vientiane gegaan. Hier zaten echter meer prostituees dan klanten.

We hebben om bovenstaande redenen zo snel mogelijk de stad verlaten per bus. Bestemming: Vang Vieng!

dinsdag 12 juli 2011

Zie-Jem Rie-Ep

De busrit naar Siem Reap was voornamelijk een kwestie van zes uur immer-gerade-aus, maar dan op de Cambodjaanse manier: een eenbaans weg voor twee richtingen en grotendeels off-road. Ondanks de omstandigheden had de comfortmeter van Connexxion ongetwijfeld op 8 gestaan in deze situatie.

Eenmaal aangekomen in Siem Reap was de beloofde pick-up service van ons hostel nergens te bekennen, dus besloten we maar een TukTuk te nemen voor een Dollar per persoon. We hadden gereserveerd bij "Happy Guest House" en daar aangekomen bleek dat we een dag later pas hadden geboekt. Gelukkig waren er genoeg kamers vrij. We kregen een kamer toebedeeld op de vierde, onafgemaakte verdieping. Foto's komen nog.

De tour naar de Angkor Wat en Thom tempels ( grootste Boedhistische tempelcomplex ter wereld ) begon om half 5 's morgens met het doel om de zonsopgang te zien bij de tempels. Nog slaperig en lichtelijk onder invloed van alcoholische versnaperingen zwabberden we richting de TukTuk waar onze gids al plaats genomen had. Eenmaal aangekomen bij de tempel hadden we nog een uur en verlangden we naar ons bed, zeker toen het wat lichter werdt en het bewolkt bleek, geen slaap en geen mooie zonsopgang dus.

Het dagje Angkor Wat was uitputtend en Arjan en Rob pakten een aardig deel van hun slaap voordat er besloten werd de deur te verlaten en in de stad op zoek te gaan naar enig vertier en wat goede voeding. We hadden ook met twee Nederlanders (Merel en Robert) afgesproken in een bar met de toepasselijke naam Angkor What? Hier kwamen we Hjalmar-look-a-like Christoph ook weer tegen. We hebben een enorm geniale avond en nacht gehad. Biertorens (3,8 liter) voor $7,-.

De tempels waren dankzij onze goede gids erg interessant en we wisten onze aandacht er nog redelijk bij te houden ondanks de tropische temperatuur en bizarre luchtvochtigheid. Na het bezoek aan de tempels besloten we richting de luchtballon te gaan voor een rondvlucht, helaas ging de zon hier ook niet op dankzij de wind.

Onze laaste volle dag in Siem Reap besloten we nog wat van de bezienswaardigheden aan te doen, we hebben onder andere een landmijnmuseum bezocht die tevens een weeshuis is en we zijn naar een krokodillenboerderij geweest. Hier kon je zo'n duizend van deze beestjes van verschillende groottes bekijken, voeren en uiteindelijk in de souvenirwinkel een groot scala aan krokodillenleren producten kopen. Slim bedacht van die Aziaten, toeristen voeren de beestjes (vis, een levende eend of een levende kip). Onze dode vis bleek een saaie prooi voor de crocs.

Ook een aantal markten bezocht en de nodige rolexen en andere snuisterijen ingeslagen tegen een schappelijk tarief. Onderhand is afdingen een sport voor ons geworden, en we moeten zeggen dat we er steeds beter in worden. Hoogtepunt was een grote houten olifant die we voor onze partner in crime hebben gekocht. Hij moet het ding nu nog een aantal weken door Azie rondslepen.

Tussen de activiteiten door hebben we een aantal zogenaamde "vegetatie-dagen" gehad. Hier deden we niets bijzonders tot een uur of acht 's avonds om Pub Street te verkennen. Lekker lui zijn is soms ideaal.

Tijdens ons verblijf in Siem Reap hebben we alleen TukTuks gebruikt om ons te vervoeren. Een geweldige manier om, niet al te snel, de omgeving goed te bekijken. Aan het eind van ons tijd kregen we een rekening van het hotel. Vijf dagen eten, drinken en slapen voor zo'n $60,-. Gien geld.

Na 24 dagen hebben we afscheid genomen van onze Britse reisgenoot Robert. We hebben een toffe tijd met hem gehad, en zien hem in Indonesie wederom verschijnen. Die keuze verhulde hij net voordat wij het hotel verlieten.

Vandaag (12/7) hebben we een vliegtuig gepakt naar Vientiane in Laos, weer een mooi visum in het paspoort! Ingechecked in een hotelletje aldaar, en nu mooi met een biertje genieten van het leven.

Proost!

Phnom Penh

Nadat we het wel welletjes vonden in Saigon besloten we een zes uur durende bus te nemen naar Phnom Penh. De busrit verliep voor de verandering een keer aangenaam.
Op een ferry besloten we even de bus uit te lopen waardoor de lokale bevolking meteen deze kans aangreep om ons te omsingelen; bedelende kinderen en vervelende straatverkopers zorgden ervoor dat we binnen vijf minuten weer de bus in stormden.

Aangekomen in Phnom Penh werden we wederom omsingeld, dit maal door tuk tuk bestuurders. We besloten op 1 van de aanbiedingen in te gaan om ons naar het hostel te brengen op 88 street. Ons geboekte backpacker-resort bleek een goede keuze, 24 meter bar, zwembad, airco en redelijke bedden.

De eerste namiddag en avond heerlijk vertoeft in het hostel waarna we besloten om de tweede dag een stadstour te doen door Phnom Penh. Tijdens deze tour hebben we onder andere de S21 gevangenis bezocht uit de tijd dat de Rode Khmer een bloedrode deken over dit land legde. De foto's waren redelijk indrukwekkend maar het museum was vrij klein. Na het bezoek aan dit museum zijn we naar de Killing Fields gegaan waar onder het regime van Pol Pot onwijs veel mensen om zeep geholpent zijn, onder andere door ze ter plekke door het hoofd te schieten of tegen een grote boom dood te slaan.

De tour was bijna op zijn eind toen de TukTuk-bestuurder vroeg of we nog intreresse hadden in de plaatselijke schietbaan, waar het mogelijk was om onder andere een granaat te werpen, een breed scala aan geweren af te vuren en een koe op te blazen met een raketwerper; we hebben dit Dollar verslindende ritueel overgeslagen.

Na alle culturele zaken in Phnom Penh hebben we besloten om een lokaal-culinair hoogstandje te proberen, "Happy Herbs Pizza Restaurant" leek hier uiterst geschikt voor. Wat voor vrolijke kruiden er onder de kaas zitten kan het thuisfront waarschijnlijk wel raden. Zo heel erg happy waren de pizza's uiteindelijk niet, maar wel erg lekker.

Een paar relaxte dagen en kleine rondtochtjes later besloten we de bus te nemen naar Siem Reap...

HCMC/Saigon

Saigon! De stad van ome Ho, zoals ze hem hier noemen, is een bruisende hoofdstad. In de volledige traditie van Viet Nam bewegen de brommertjes en scooters zich met grote zwermen door de stad. Overal op straat verkopen ze zonnebrillen, aanstekers, ansichtkaarten en nog meer andere onbruikbare en veel te hoog geprijsde rotzooi.

We hadden een leuk hotel geboekt in het centrum van de stad. Vlak bij alles wat je nodig hebt, maar ook van alles wat je niet nodig hebt. Overal vragen mensen je of je een massage wilt, eventueel met happy ending, en of je op zoek bent naar vertier in de vorm van een "ladyboy". God wete wat dat voor personen zijn.

Het hotel bevond zich in een doolhof van steegjes, en het was een wonder als je op tijd bij het ontbijt was. Wij sliepen in gebouw 2 en het ontbijt bevond zich in gebouw 1. Als je het goed doet ben je een minuut onderweg. Voor ons duurde het elke keer een kwartier, we hebben het gratis ontbijt welgeteld een keer aangedaan.

Na een ochtendje scheel te hebben gekeken zijn we verlaat wezen ontbijten in een cafe om de hoek. We hadden het ontbijt in het hotel al gemist. Na het overweldigende ontbijt met twee onbekende mensen een taxi geepakt, en onze middag besteed in het Vietnam Oorlogsmuseum. Het museum toont de gruweldaden van de Amerikanen tijdens het hoog opgelopen conflict tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Er hangen duizenden foto's, en vrijwel elke foto heeft een schokkend verhaal. Op de bovenste verdieping was een tentoonstelling over oorlogsfotografie.

Via het hotel hebben we voor het te verwaarlozen bedrag van vier dollar een dagtour naar Cu Chi geboekt. Inclusief gids en transport. Cu Chi is een oude basis van de Viet Cong. De guerillas uit de Viet Nam oorlog. Onze gids, die zich voor de makkelijkheid John Wayne liet noemen ( hij klinkt hetzelfde, alleen zit er een klein Vietnamees accentje doorheen), liet ons verschillende boobytraps zien, en de tunnels waar de Viet Cong zich in verschanstte als de Amerikanen in de buurt kwamen. Ook toverde hij uit een - voor ons normaal uitziend - grasveldje een ingang tevoorschijn van 30 bij 50 centimeter. John W. vroeg Hjalmar om zich hierin te manouvreren wat tegen alle verwachtingen in ook bleek te passen.

Een aantal te krappe tunnels later kwamen we aan bij de militaire schietbaan, hier kan je in rap tempo je voorraad dollars omzetten in munitie voor een groot scala aan wapens. Arjan en Rob besloten een aantal dollar om te zetten in kogels voor een M60, AK47 en een M1. 10 minuten later en ongeveer 40 dollar armer concludeerden we dat een dagje op de schietbaan toch een leuke bezigheid is. Vervolgens nog een Viet Cong tunnel bezocht die tevens uitermate krap was waarna we weer 2 uur in een busje richting Saigon zaten.

In de bus naar Saigon

De busrit, daar waren we. Twaalf uur met een te krappe slaapbus naar Nha Trang om daar over te stappen op een even krappe slaapbus naar Saigon. Ook dit zou 12 uur duren. Vierentwintig uur op de planning. Na de 59 uur die we eerder al hadden doorgemaakt zou dit in feite dus een eitje moeten zijn. Maar dat was het niet.

Als je een tijdje in zo'n bus moet doorbrengen kom je tot de ontdekking waarom de tickets zo achterlijk goedkoop zijn. Je ligt op een stinkend kunstleren bed van 185 bij 60. Op dit bed ben je wel gezegend met een matras. Althans matras, eerder een tuinstoelkussen maar wat slapper. Ligt voor geen meter, en het glijdt snel van het kunstleer af. Verder heb je nog een kussen dat zo uit het gemiddelde poppenhuis kan zijn getrokken en een dekentje met de gemengde geur van alle menseigen afscheidingen.

Wij zijn altijd te laat. We zijn er altijd als een van de eerste, maar zijn altijd te laat. Deze keer resulteerde dat voor ons in de slechtst mogelijke plaatsen in de bus: de achterbank. Hier heb je in plaats van drie stoelen/bedden vijf van deze units, waar ongelukkigerwijs twee mensen geforceerd worden in het semi-gangpad plaats te nemen. In combinatie met het in de vorige alinea genoemde bed met toebehoren is dit een enorm vervelende plaats om slaap te vatten. Bij elke verkeersheuvel of kuil wordt je gelanceerd uit je unit (geen gordels aanwezig) en als de bestuurder weer eens vol op zin rem staat schiet je door het gangpad. (Hjalmar heeft hierdoor naast zes verschillende mensen gelegen die nacht, Arjan zes keer de wc gezien.. ziek zijn is een topper!)

Verder zijn Vietnamezen niet de beste mede-buspassagiers in de wereld. Ze hebben altijd kleine babies bij zich, die de hele nacht gillen en stinken, ze eten de hele nacht warme onwelriekende maiskolven en ze kunnen tevens niet overweg met het gegeven dat wij in het westen als persoonlijke ruimte beschrijven. Ze klimmen bijvoorbeeld zonder iets te vragen frontaal over je heen, en leggen zonder pardon een elleboog in je gezicht. In deze bus werd het zelfs nog schaamtevoller: een vader liet zijn jonge kind onder een van de achterste bedden plassen tijdens een rook/wc stop. Fijn zo'n nachtparfum van babyurine.

De tweede bus die we namen was wat fijner. Wel weer achterin, maar wel een rookraampje. Helaas ontdekten we die pas toen het buiten hoosde. Ook was het tamelijk jammer dat de bus zo'n 3 uur achterliep op schema, omdat de stops in onder andere Mui Ne iets meer tijd in beslag namen dan ingecalculeerd was.

In de stromende regen kwamen we laat aan in Ho Chi Ming stad. Beter bekend als Saigon. Onderweg nog de weddenschap gemaakt wie kon raden hoe laat we aankwamen. Iedereen heeft met dik drie uur verloren.

Oh Hoi An!

In Hoi An bevonden we ons in een rustig en schoon hotel even buiten het stadscentrum. Omdat Hoi An niet zo groot is, is alles te zien binnen een straal van 15 minuten.

Arjan was nog ziek, en heeft de eerste dag in de hotelkamer doorgebracht. Samen met Rob is Hjalmar de stad gaan verkennen, waarbij de bars en pubs niet overgeslagen werden. Hier en daar werden grote tapbiertjes verkocht voor het astronomische bedrag van 30 eurocent. Ook nog even een shirt van Kuifje op de kop weten te tikken, dat is een leuke herinnering aan Vietnam.

We hebben het grootste deel van de tijd doorgebracht met chillen, relaxen en hier en daar een foto maken. Er is eigenlijk ook niet veel anders te doen in dit lieve, kleine en pittoreske kustplaatsje.

Uieindelijk na drie dagen het hotel verlaten, en de bus genomen naar Saigon. Alles er tussenin moesten we helaas overslaan, we hadden nog wel een tijdje in Centraal-Vietnam kunnen blijven!

maandag 27 juni 2011

Hue to Hoi An

Hue

Rond de klok van negen waren wij en de Duitser in Hue. De oude hoofdstad van Viet Nam. Hier werden we verwelkomd door de lokale motorclub. Ze boden ons een drie daags tour aan met de motorfiets door centraal Viet Nam. We waren een en al oor. Toen we aan het bespreken waren hoe we in vredesnaam bij het geboekte hotel moesten komen, kwam er van achter een net aangekomen bus een oude bekende tevoorschijn. Rob van de Ha Long Bay tour. Hij vond het een strak plan en besloot met ons mee te gaan! De motormuizen hebben ons vervolgens naar ons hotel gebracht, en we spraken om 9 uur de volgende dag af om te starten met het avontuur.

Van Hue hebben we naast een restaurantje waar we weer een oude bekende tegenkwamen (Christof, Oostenrijk) vrij weinig gezien die dag, Slapen, poolen en chillen was wel erg fijn.

Dag 1: Rond 9 uur werden we opgehaald door de motorclub. Stefan had Top als rijder, Rob had Nin, Hjall had Row en Arie had Hieu. Ze hadden ook nog eens mooie motors! Backpacks achterop en gaan. Eerst een aantal tempels en heuvels binnen Hue bekeken, en uiteindelijk over landpaadjes en Highway 1 bij de Viet Cong tunnels aangekomen. Dit was een hele ervaring. Krap!

Arjan heeft een aardig stuk met de motor gereden, daar was hij wel aan toe.

Uiteindelijk ingechecked in het hotel, gezwommen, gegeten en gedouched. En na een lange dag afgepeigerd naar bed.

Dag 2: Arjan voelde zich 's ochtends al niet echt goed, maar besloot toch op de motor te zitten, achterop wel te verstaan. Na een aantal "landmarks", 140 kilometer over bochtige bergwegen en heel veel wind kwamen we aan in het kleine A Luoi. Dicht bij de grens van Laos. Hier verslechterde Arjan's toestand en heeft de rest van de dag in bed gelegen. Met Hjalmar in de rol van zuster probeerden we hem weer op de been te krijgen.

Dag 3: Besloten dat Arjan niet fit genoeg is om al verder te gaan. Nog een dag rust nodig. Rob en Stefan zijn wel richting Hoi An vertrokken, omdat Stefan haastig door Viet Nam moest reizen. Rob wacht daar op ons. Zoals het er nu uitziet krijgen we Arjan weer op de been voor morgen. Hopelijk kunnen we de tocht voltooien met de laatste etappe van 230 kilometer.

De dokter is ook even langsgeweest, Arjan zat aan veertig graden koorts en was uitgedroogd. Waarna Top en Hjalmar de beste man naar zijn praktijk volgden. Hier wat medicijnen ingeslagen: rehydratatiemiddel, antiobiotica(?), pijnstillers, racekakremmers en koortsremmers.

Dag 4: na een ochtend rust alsnog de motor gepakt en naar Prao gereden. Mooi door de bergen en bijbehorende wegen. Ook een schokkend dorpje met mensen van een etnische minderheid bezocht. Armoe ten top. Even wennen aan de nieuwe rijder, en gaan. Leuke hond in het hotel, en ontzettend goedkope peuken.

Dag 5: laatste stuk naar Hoi An afgemaakt, bijna gelanceerd van de fiets, verder mooie route en een goed hotel aan het einde.

De foto's zeggen natuurlijk een stuk meer, maar het gros daarvan houden we nog even achter.

Nu Hoi An, en straks verder naar HCMC

Ha Long Bay

Ha Long Bay

Om 7:00 opgestaan, een weekendtas ingepakt, backpacks in kluis gezet en ontbeten. Normaal staan we nooit zo vroeg op, maar het had dit keer een reden. Rond een uur of 8 kwam er een bus de Hang Dieu ingereden om ons op te pikken voor een driedaagse tour naar Ha Long Bay. De mooiste (en meest toeristische) baai van Viet Nam.

Tot onze schrik stond er een minibusje voor het hostel. Daar hadden we niet op gerekend cq. gehoopt (zie onze andere ervaringen met minibusjes). We namen, zoals gebruikelijk, plaats op de meest oncomfortabele stoelen in heel het busje. Later bleek dat geen enkele stoel goed zat. Met het busje hebben we vervolgens zo'n half uur door de straten van Ha Noi gereden. Verkeersborden en -regels zijn hier alleen voor de sier. Zo lang je asociaal rijdt en je toeter maar vaak genoeg gebruikt heb je die toch niet nodig?

In het busje hadden we gezelschap van een stuk of tien mensen. Stefan, die we al kenden, en Mike(UK) waren het meest aanspreekbaar op deze razend vroege ochtend. De laatsten die we ophaalden kwamen de bus ingerend met een ferm "goedemorgen!". Het zal eens niet zo zijn.

De afstand tussen Ha Noi en Ha Long Bay is zo'n vier uur rijden, tijdens een van de tussenstops begonnen we uit goed chauvinistisch opzicht maar tegen de Nederlanders te praten, aangezien de Oosterbuur-grapjes na een paar dagen toen vreselijk saai beginnen te worden. Ze stelden zich voor als Sebastiaan en Jochem. Wij als Lem en Arie. Al snel kwam het gesprek op woonplaats, en na de fameuze (ook vaak door ons zelf gebruikte) zin: "Het ligt boven Amsterdam, maar je kent het vast niet." Concludeerden wij dat we te doen hadden met een persoon uit Winkel en het nog verrassendere Hoogkarspel. Zit je met 14 man in een busje, kom je alsnog Westfriezen tegen. Na een dodemansrit van vier uur kwamen we eindelijk aan in Ha Long City, alwaar we op een boot geladen werden en richting een van de 2000 eilanden werden gebonjourd.

Op de boot kregen we een driepersoons kamer toegewezen voor ons en de Duitser. Helaas moesten ondergetekenden een bed delen met elkander. Er was een ruilmogelijkheid, maar daar zijn we niet op ingegaan: Hjalmar was te lui om z'n spullen te verplaatsen.

Op de boot hebben we de rest van de lieden leren kennen, en met een selecte groep van een Duitser, twee Britten (Mike en Rob) en vier Westfriezen zijn we er maar een feestje van gaan maken. Een dag in HLB bevat eigenlijk vrij weinig aparte dingen. Je gaat zwemmen, kayakken, meer zwemmen, nog meer kayakken, grotten bezoeken, kayakken, zwemmen en uiteindelijk aan de zuip op het bovendek, waar je van een meter of 8 heerlijk naar beneden kunt springen in het zoute water van de Zuid-Chinese Zee. De eerste dag hebben we het schema nog aardig gevolgd, maar op de tweede dag begon bovengenoemde groep te muiten.

Veel mensen blijven maar een nacht op de boot, maar heel toevallig waren wij de enigen die op onze "junk" de tweedaags tour deden. Hierdoor hadden het grootste deel van dag twee voor onszelf. We werden naar een kleine baai gebracht om daar te kayakken en te zwemmen. Na de lunch (eten is hier op bizarre tijden: wakker zijn om 8:30 om te ontbijten en rond 11:00 moesten we al aan de lunch) wilde de bemanning naar een vissersdorpje varen, maar aangezien we lekker aan het lullen, zwemmen en kloten waren besloten we unaniem dat de boot voor anker moest blijven. Dit werd door de bemanning uiteindelijk toegejuichd, ze konden weer gaan slapen.

Deze dag zijn we met z'n allen flink aan de verbranding geweest, iedereen kwam rood als een kreeft uit het water.

Het eten aan boord was helemaal niet slecht, het word wel snel eentonig als je drie keer per dag nagenoeg hetzelfde eet.

Terug op de grote boot zijn we met een flinke groep tegelijk het water ingesprongen, dat was erg leuk om te doen. Hjalmar haalde natuurlijk zijn voeten weer open.

Afgesloten met een lunch en weer een vervelende busrit terug. Afscheid genomen en naar het hostel gelopen. Daar wachtte een meisje op Arjan. Danine, die we in Moskou al hadden ontmoet. Samen zijn ze uit eten geweest naar een slangenrestaurant. De slang werd voor hun ogen om zeep geholpen, waarna ze het bloed en het slangengif in shotjes met wodka kregen. Uiteindelijk kwamen er meer dan 7 gerechten van de slang op tafel, waaronder een kloppend hart! Een hele aparte ervaring.

Hjall is met Jochem, Sebas en een random Amerikaan pizza gaan eten in een Mexicaans restaurant. Hier moeten we ook weer verzamelen om naar Hue te reizen. Ook nog even Martine gezien die we in Shanghai hadden ontmoet.

De laatste dag in Ha Noi nog wat rondgehangen in een kroegje, en de minibus naar de bus naar Hue gepakt. In de grote bus reed de bestuurder als een gek, en echt comfortabel liggen die bedden ook niet. Hebben niet veel slaap gehad.

Groet

Nanning-Hanoi

De nachttrein naar Nanning was niet bepaald een ervaring om over naar huis te schrijven, ondanks dat we dat letterlijk wel doen nu. We hadden een zogenaamde hard sleeper. Een wagon met 50 bedden, en geen deuren. Ook hadden we weer eens het ongeluk dat er bij ons huilende babies aanwezig waren. Tot zover de nachtrust.

Aangekomen in Nanning waren de tickets naar Hanoi Gia Lam met weinig problemen geregeld. Soft sleepers, dachten we. Ingechecked in een hotelletje in Nanning, want in de stad was weinig te beleven. De nacht ingehaald en de nodige research gedaan voor het volgende land van bestemming. Viet Nam (zo spellen ze het daar).

Nadat we het hotel verlieten en de nodige voorraad hadden ingeslagen van peuken, drank en Oreo's in het treinstation staan wachten. We hadden de hoop alweer opgegeven dat er uberhaupt nog westerlingen in deze trein zouden zitten. Weer voorbereid op een lange nacht.

Toen we ons, evenals 1000 Chinezen, een weg wurmden door de smalle poortjes en gangetjes van het station werden we verrast door een jolige " Hay Guys". De Duitser was er weer. Steffan, wereldreizende Oosterbuur die we hadden ontmoet in Guangzhou stond ineens naast ons. En vertelde dat zijn visum de dag ervoor was afgewezen, en hij weer terug China in moest om tegen een absurd hoge prijs een spoedvisum te regelen. Nu was alles goed, en namen we met z'n drieen de trein. Hij had soft sleeper, wij helaas, naar toen bleek, hard sleeper.

Rond een uur of tien de Chinese grens bereikt bij het plaatsje Pinxijao. Chinese grenspolitie was hier enorm relaxed, en de douaneofficier was van onze leeftijd en erg in voor wat "small talk". De tassen zijn niet eens gechecked omdat de apparatuur kapot was. Dat is dus Chinese degelijkheid.

Dong Dang was het eerste stukje Vietnam, en al snel werd duidelijk dat het best een leuk land is. Niets wordt gechecked en stempels linea recta zonder enkele vraag in het paspoort gedumpt. Daarna heb je een omroepsessie waar op hilarische wijze je naam wordt genoemt en je je paspoort mag afhalen. Afgesloten met het Vietnamese volkslied en hup, de trein weer in.

Slapen was weer eens onmogelijk, omdat we onze backpacks nergens kwijt konden. Dit had als reden dat er een oud vrouwtje het nodig achtte haar halve inboedel de wagon in te slepen. Gelukkig hadden we wat Chinese meisjes ontmoet, en hebben de nacht besteed aan het vakkundig leegmaken van hun iPad. Ze kunnen in ieder geval weer verder met Angry Birds.

Rond de klok van half zes stonden wij eindelijk stil in het zeer kleine stationnetje van Hanoi Gia Lam, voor de geintresseerden: half zo groot als station Hoogkarspel. Afscheid genomen van de meisjes, en samen met unsere Steffan een teringeind gelopen richting de hostels. In de blafhitte, erg vroeg in de morgen. Op de brug over de Rode Rivier sneuvelde Arjan zijn zonnebril. Heeft het exact een maand uitgehouden. Drie euro wel besteedt.

Pinnen in Viet Nam is leuk. je haalt er omgerekend 40 euro uit en bent meteen miljonair in Dong. Het enige nadeel is dat je af en toen een rekening krijgt van honderdduizenden Dong.

Steff sliep in een ander hostel dan wij. Wij sliepen in Rendezvous, en hier hadden we allebei een tweepersoons bed in een kamer van zes. Ruimte voor twaalf, maar toch maar vier kamergenoten. De airco werkte en heeft elke dag constant op 17 graden staan blazen.

Met de Duitser een rondje door de stad gedaan, en gerelaxed. Het nachtleven was hier ook tof, hebben er erg van genoten. Besloten een tour te gaan doen door Ha Long Bay. Steffan zou ons joinen.

Hanoi, mooie stad. Alleen erg heet. Wel leuk om te zien zijn alle brommertjes in de stad, het is een grote constante zwerm van tuffende fietsjes.

Op naar Ha Long Bay, 8 uur worden we opgehaald. Is verdomme veel te vroeg.

groet.